Beleidsregel 4.18-2 en Praktijkrichtlijn roetmeting

Beleidsregel 4.18 -2. Voorkoming of beperking van blootstelling aan kankerverwekkende stoffen en schadelijk geluid bij de APK-keuring van dieselmotoren Grondslag Arbobesluit artikel 4.1c, eerste lid en artikel 4.18, eerste en tweede lid en artikel 6.8.

Bij de roetmeting in het kader van de APK-keuring van dieselmotoren wordt aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 4.18, eerste en tweede lid, en artikel 6.8 van het Arbeidsomstandighedenbesluit voldaan indien de aanwijzingen in de Praktijkrichtlijn roetmeting, welke als bijlage 12 bij deze beleidsregels is gevoegd, worden gevolgd. Deze beleidsregel is in werking getreden op 23 juli 2000.

Bijlage 12. behorend bij beleidsregel 4.18 -2 Arbobesluit
Praktijkrichtlijn roetmeting

Inleiding

Bij werkzaamheden zoals de roetmeting komen uitlaatgassen vrij. Tevens ontstaat lawaai. De uitlaatgassen van diesels bevatten kankerverwekkende stoffen. Daarom moet de werkgever bronmaatregelen treffen om blootstelling te voorkomen of, indien dit niet mogelijk is, te beperken tot een zo laag mogelijk niveau. De blootstelling aan lawaai moet zoveel mogelijk worden voorkomen of beperkt. De garagehouder is op grond van de Arbeidsomstandighedenwet verplicht hiervoor beschermende technische en organisatorische maatregelen te treffen. Deze praktijkrichtlijn geeft aanwijzingen voor de te treffen maatregelen. De voorgestelde maatregelen zijn bedoeld om te komen tot een zogenaamde ‘nulemissie’ van dieseluitlaatgassen. De aanwijzingen zijn toegespitst op de roetmeting.

  • Maatregelen ter voorkoming van blootstelling aan uitlaatgassen 208
    Er dient een afzuiginstallatie te zijn gemonteerd die zodanig is uitgevoerd dat blootstelling aan kankerverwekkende stoffen wordt voorkomen, mits dat technisch uitvoerbaar is, zonder dat de uitslag van de meting hierdoor wordt beïnvloed. Hieraan wordt voldaan indien de afzuiginstallatie minimaal bestaat uit de volgende onderdelen en deze op de juiste wijze zijn gemonteerd of geplaatst zoals aangegeven door de fabrikant van de afzuiginstallatie:
    1. een afzuigventilator met voldoende capaciteit voor de te keuren voertuigen;
    2. bij voorkeur een afvoerslang die de uitlaat volledig omsluit (bijvoorbeeld een manchet). Een trechter is ook toegestaan mits deze direct achter de uitlaatopening kan worden geplaatst op zodanige wijze dat er geen of nagenoeg geen ruimte is tussen de trechter en de uitlaatopening;
    3. een inrichting die ervoor zorgt dat de uitlaatgassen die door de roetmeter gaan eveneens worden afgevoerd en
    4. afvoerkanalen die bovenstaande onderdelen met elkaar verbinden waardoor de uitlaatgassen op doelmatige wijze direct naar buiten worden afgevoerd.

De afzuiginstallatie mag de roetmeting niet nadelig beïnvloeden. Dit is herkenbaar aan een goedkeuringafgegeven door het Nmi.

  • Beperking van de blootstelling aan geluid
    Doordat het toerental van de dieselmotor bij de roetmeting enkele malen tot het afregeltoerental moet worden opgevoerd, kunnen er gedurende de test zodanige hoge geluidsniveaus voorkomen dat de wettelijke grens voor schadelijk geluid wordt overschreden. Geluidsbronnen mogen in beginsel geen equivalent geluidsniveau op de arbeidsplaats veroorzaken van meer dan 85 dB(A), tenzij dat in redelijkheid niet kan worden gevergd. Als dat laatste het geval is, moeten organisatorische maatregelen worden genomen om ervoor te zorgen dat zo weinig mogelijk werknemers aan de schadelijke geluidsniveaus blootstaan en moet de blootstellingsduur zo ver worden gereduceerd dat het blootstellingsniveau gemiddeld over een representatieve werkdag tot beneden de grens van 85 dB(A) wordt gereduceerd. Aan werknemers die tijdens hun werk blootstaan aan equivalente geluidsniveaus boven 80 dB(A) moet de werkgever passende gehoorbeschermingsmiddelen beschikbaar stellen.
    Het is van groot belang dat de werkgever de juiste maatregelen treft en zijn werknemers op de juiste wijze instrueert en controleert. Bij het niet naleven van onderstaande voorschriften kan de werknemer worden blootgesteld aan hoge geluidsniveaus die gehoorbeschadiging kunnen veroorzaken.

Maatregelen

Ter voorkoming van gehoorbeschadiging worden derhalve de volgende maatregelen voorgeschreven:

  • de roetmeting dient zo mogelijk in een aparte ruimte te worden uitgevoerd
  • de roetmeting moet zoveel mogelijk worden uitgevoerd gedurende perioden dat er weinig of geen collega's in dezelfde ruimte aanwezig zijn
  • de roetmeting moet worden uitgevoerd met gesloten motorkap
  • de werknemer die de roetmeting uitvoert, dient in het voertuig plaats te nemen en gehoorbescherming te dragen
  • de plaats waar de grens van 85 dB(A) wordt overschreden moet worden afgebakend (bijvoorbeeld met belijning op de vloer) en gemarkeerd met waarschuwingsborden conform artikel 8.4 Arbobesluit
  • werknemers die in deze gemarkeerde zone werkzaam zijn dienen gehoorbescherming te dragen

Het geluidsniveau waar een werknemer gedurende een werkdag aan wordt blootgesteld wordt bepaald door het totaal aan werkzaamheden dat werknemers uitvoeren en de equivalente geluidsniveaus tijdens uitvoering van de werkzaamheden. De werkgever is verplicht de gevaren van de blootstelling aan geluid voor de gezondheid van de werknemers zoveel als redelijkerwijs kan worden gevergd te voorkomen of te beperken. De ernst van de situatie moet daarbij afgewogen worden tegen met name de technische, operationele en economische haalbaarheid van de te nemen maatregelen.