Dieselmotoremissie

Risicobeschrijving

Dieselmotoremissie (DME) is schadelijk voor de gezondheid. Hoe vaker in de dieselrook wordt gewerkt en hoe meer in binnensituaties, hoe groter de kans op longaandoeningen en longkanker. Werken in de dieseldampen vergroot daarnaast de kans op hart- en vaatziekten en op de ontwikkeling van allergieën en andere acute en chronische aandoeningen aan de luchtwegen. In Nederland staat DME op de lijst van kankerverwekkende stoffen en hiervoor geldt een verplichting om maximaal de blootstelling te verminderen.

 

Dieselmotoremissie (DME) bestaat uit dieselroetdeeltjes en diverse gasvormige verontreinigingen waaronder NOx, CO, SO2 en koolwaterstoffen. Dieselroetdeeltjes zijn hele kleine stofdeeltjes die bij inademing tot diep in de longen (de longblaasjes) terecht kunnen komen. Aan het oppervlak van een dieselroetdeeltje bevinden zich honderden verschillende verbrandingsproducten waaronder polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK), koolwaterstoffen (alkanen, alkenen, aldehyden), sulfaten en nitropyreen, een PAK-component die specifiek is voor dieselroet.
Blootstelling aan DME kan leiden tot zowel directe (acute) effecten als ook effecten die pas optreden na jarenlange blootstelling (chronische effecten). De belangrijkste acute effecten zijn irritatie aan de ogen en de luchtwegen. Verder treden algemene symptomen op zoals hoofdpijn, vermoeidheid en misselijkheid. Deze laatste effecten worden veroorzaakt door de vluchtige componenten zoals koolmonoxide, stikstofdioxide, zwaveldioxide en aldehydes.
Daarnaast staat DME op de lijst van kankerverwekkende stoffen omdat uit onderzoek is gebleken dat werknemers die beroepsmatig zijn blootgesteld aan DME vaker longkanker ontwikkelen dan een niet blootgestelde groep. De longkanker wordt waarschijnlijk veroorzaakt door de aan de roetdeeltjes gebonden verbindingen. In het bijzonder de diverse PAK-verbindingen. PAK-verbindingen worden beschouwd als kankerverwekkend voor de mens. Zij kunnen zowel longkanker als huidkanker veroorzaken.
Of de roetdeeltjes zelf ook kanker kunnen veroorzaken is nog niet geheel duidelijk. Bij dierproeven lijkt dit wel zo te zijn.

 

Praktische oplossingen

De sociale partners in de mobiliteitsbranche hebben eind 2008 een nieuwe branchenorm voor DME vastgesteld met daaraan gekoppeld een “Goede Praktijk DME”. Hierin staat beschreven welke maatregelen de aangesloten bedrijven minimaal dienen te treffen om aan de branchenorm te kunnen voldoen. Dit zijn onder andere:

  1. Een afzuigventilator met voldoende capaciteit voor de onderhanden zijnde voertuigen.
  2. Een afvoerslang die de uitlaat volledig omsluit (bijvoorbeeld een manchet). Een trechter is ook toegestaan mits deze direct achter de uitlaatopening kan worden geplaatst op zodanige wijze dat er geen of nagenoeg geen ruimte is tussen de trechter en de uitlaatopening.
  3. Afvoerkanalen die bovenstaande onderdelen met elkaar verbinden waardoor de uitlaatgassen op doelmatige wijze direct naar buiten worden afgevoerd.
  4. Plaats bij voertuigen zonder roetfilter en zonder volgende afzuigslang een opsteekfilter bij het in- en uitrijden van de werkplaats, indien meer dan een minimale rijafstand wordt afgelegd. In laatstgenoemde situatie zullen bedrijven in de loop van 2009 over een opsteekfilter dienen te beschikken.

Naar document “Goede Praktijk DME”.

Bij het oplossen of verminderen van het probleem dient u de arbeidshygiënische strategie te volgen.

Dit betekent het volgen van onderstaande volgorde om het probleem aan te pakken waarbij de bronaanpak de meest gewenste oplossing is en de persoonlijk beschermingsmiddelen de laatste optie:

  1. De bron van het probleem weg nemen: vervangen dieselmotor van eigen voertuigen door andere aandrijving; (alleen bij vrachtwagens:) Euro 4 en Euro 5 motoren;
  2. Hulpmiddelen gebruiken: bronafzuiging, roetfilters;
  3. Organisatorische oplossingen: gedragregels, aparte ruimtes tbv roettest, andere routing;
  4. Persoonlijke beschermingsmiddelen: P3-maskers.

DME komt vrij bij het in- en uitrijden van de garage, en bij alle werkzaamheden in de garage waarbij de motor aan moet staan, zoals de roettest, uitlijnen, motoronderhoud en de APK.
Inmiddels is er zeer compleet leveringsprogramma van afzuigsystemen, waardoor het nu ook mogelijk is om deze te gebruiken bij vrachtwagens die hun uitlaten op lastig te bereiken plekken hebben. Ditzelfde geldt voor personenauto’s die twee uitlaten hebben. Hiervoor kunnen hulpmiddelen gebruikt worden die aan de afzuigslang bevestigd worden, of opzetfilters.
Benadruk het op een goede manier gebruiken van de voorzieningen in het werkoverleg. De Tipkaart “Terugdringen van DieselMotorEmissie (DME)” is hiervoor een zeer geschikt. Betrek alle medewerkers, ook de preventiemedewerker, bij het zoeken naar oplossingen voor probleemgevallen. Zorg voor regelmatig herhaalde instructie (jaarlijks) voor de medewerkers over de manier waarop blootstelling aan DME kan worden voorkomen of verminderd. Betrek een zonodig een deskundige bij het zoeken naar oplossingen en het geven van instructies. Als bovenstaande oplossingsrichtingen onvoldoende vermindering van blootstelling aan dieselrook geven dienen P3-stofmaskers gedragen te worden.  

 

Oplossingentabel

De diverse oplossingen in de tabel zijn ingedeeld volgens de arbeidshygiënische strategie. In elke kolom zijn de oplossingen gerangschikt naar effectiviteit, dat wil zeggen de mate waarin het risico verminderd of geheel weggenomen wordt. De meest effectieve oplossingen binnen een kolom staan bovenaan, de minst effectieve oplossingen onderaan.

 

Normen en wetten

 

  • Hoofdstuk 4 van het Arbeidsomstandighedenbesluit (Arbobesluit); met name afdeling 1: “Gevaarlijke stoffen” en afdeling 2: ”Aanvullende voorschriften kankerverwekkende of mutagene stoffen en kankerverwekkende processen”;

  • Arbeidsomstandighedenregeling; Artikel 4.20c DME aangewezen als kankerverwekkend proces;

  • Branchenorm Motorvoertuigentechniek DME: Deze wordt jaarlijks bijgesteld op basis van het Stappenplan DME

    • 2008:  10 µg EC/m3 (TGG-8 uur, gemeten in respirabel stof)

    • 2009:  8 µg EC/m3 (TGG-8 uur, gemeten in respirabel stof);

    • 2010 t/m 2012:  7 µg EC/m3 (TGG-8 uur, gemeten in respirabel stof);

  • Goede praktijk DME (2012). Hieraan dient minimaal voldaan te worden om aan de branchenorm te kunnen voldoen;

  • Praktijkrichtlijn roetmeting

 

Achtergrondinformatie

Arboportaal: Maak uw werkplek dieselrookvrij

Arbeidsinspectie (algemeen)

Stand der techniek – dieselmotoremissies, IRAS/CE 2007 (pdf)